Binnenklimaat blijft beroerd

februari 17th, 2014

Het binnenklimaat in onze kantoorgebouwen is niet veel beter dan twintig jaar geleden. Tot die ontnuchterende conclusie komt hoogleraar Binnenmilieu Philomena Bluyssen van de TU Delft. Beperkte budgetten en gebrek aan kennis zorgen ervoor dat klachten als hoofdpijn en droge en/of geïrriteerde ogen op de werkplek altijd zijn gebleven. Ze pleit voor aanpassing van de regelgeving. ‘Gebouwgerelateerde klachten zijn nooit weggeweest.’

Prof.dr.ir Philomena ‘Philo’ Bluyssen werkte ruim 20 jaar bij TNO aan kennisontwikkeling ten aanzien van het binnenmilieu. Sinds eind 2012 bekleedt zij de leerstoel Binnenmilieu aan de TU Delft. Die streeft naar een geïntegreerde aanpak voor het beoordelen van de kwaliteit van het binnenmilieu, als basis voor het creëren van gezonde en comfortabele gebouwen. Ze schreef ondermeer ‘The Indoor Environment Handbook: how to make buildings healthy and comfortable’ en recent ‘The Healthy Indoor environment – how to assess occupants’ wellbeing in buildings’.

Is het Sick Building Syndrome terug van weggeweest?

‘Dat is een term die we eigenlijk niet meer gebruiken. Daarmee impliceer je dat het gebouw ziek is en dat kun je niet zeggen. Het zijn de mensen in dat gebouw die ziek worden. Je zou beter kunnen spreken over gebouwgerelateerde klachten en symptomen. Ik denk dat die nooit zijn weggeweest. Klachten als hoofdpijn, droge ogen en huid-irritatie zijn altijd gebleven. We zijn ook nooit gestopt met onderzoeken, doen dat al sinds de jaren ’80. Uit die onderzoeken komen voor ons geen verrassende resultaten. Die zijn nagenoeg hetzelfde als twintig jaar geleden. Echter, van de oorzaken van die klachten beginnen we een beter beeld te krijgen.’

Waardoor neemt de aandacht hiervoor dan toch weer toe?

‘Er is nu veel aandacht voor het energiezuinig maken van gebouwen. Omdat die nu allemaal aangepakt worden, herkent men ook deze klachten weer.’

Zijn die klachten te verklaren?

‘We weten nog niet precies hoe die klachten ontstaan, maar we hebben wel een beter beeld van de oorzaken. Bijvoorbeeld voor het probleem van droge ogen of droge lucht is in ieder geval duidelijk geworden dat de luchtvochtigheid niet de enige oorzaak hoeft te zijn. Irriterende deeltjes in de lucht zijn een mogelijkheid, maar er is ook een relatie met zaken als beeldschermgebruik en verlichting; allerlei oorzaken die dit tot gevolg kunnen hebben, waarbij interacties de complexiteit verhogen.’

Zijn de moderne kantoorgebouwen dan niet beter dan die van de jaren ’80?

‘Welke moderne kantoorgebouwen? We zitten nog steeds in een crisis. Er is de laatste jaren niet zoveel werk verricht aan kantoren. De laatste ‘moderne’ kantoorgebouwen die wij onderzoeken, zijn toch al gauw van 7, 8 jaar geleden. We zijn stil komen staan. Ja, er wordt nu volop getransformeerd. Maar een getransformeerd kantoorgebouw is niet meteen ook een gezond gebouw. Men focust op het gebruik van zo min mogelijk energie. Maatregelen voor een gezonder gebouw worden al heel snel geskipt.’

Over wat voor maatregelen hebben we het dan?

‘Een adequaat ventilatiesysteem, een adequaat verlichtingssysteem, akoestiek: er worden op alle facetten van binnenmilieu stappen overgeslagen. Dat wordt vooral door de beschikbare budgetten ingegeven, maar misschien ook wel door een gebrek aan kennis.’

Welke rol kan de leerstoel Binnenmilieu daarin spelen?

‘Kennisoverdracht is één van mijn opdrachten. Ik wil de architecten van de toekomst met de feiten van het binnenmilieu in aanraking laten komen. Dat moet een onderdeel zijn van hun opleiding. Gelukkig wordt dat nu ook onderkend. We zijn er mee bezig om de kennis in het onderwijs naar boven te brengen. Die aandacht moet er nog ingroeien, in de opleiding. Het is bovendien zaak om het onderzoeksgebied te continueren. Daar heb ik bij TNO al 22 jaar aan gewerkt. Dat mag veel meer de diepte in gaan. Vraag je af waarom mensen nu ziek worden en probeer dat concreet te verklaren naar de architect en de installateur.’

Maakt het nieuwe werken de zaken gemakkelijker of juist moeilijker?

‘De manier van werken is veranderd. Dat moet ook in het binnenmilieu worden meegenomen. Ik ben niet zo’n voorstander van het nieuwe werken. Dat maakt het moeilijk om plekken echt op mensen af te stemmen. Dat is wat je wilt, het vraagstuk waar we mee zitten. Het is zaak om maatwerk te bieden. Dat doen we in de ergonomie toch ook, waarom dan niet voor het binnenmilieu? Dat is een ontwikkeling die tijd nodig heeft. En geld, helaas.’

Hoe leefbaar zijn de kantoorgebouwen van nu?

‘Je moet je afvragen of we leefbaarheid op kantoor ooit in het oog hebben gehad. Kijk, als een gebouw goed is ontworpen, kun je met alles potdicht ook écht luchtverversing creëren. Dat is dan prima. Wij hebben heel veel kantoorgebouwen in Europa onderzocht. Daaruit kunnen we concluderen dat gebouwen die energie-efficiënt zijn zowel gezond als ongezond kunnen zijn. Je moet niet alle gebouwen over één kam scheren. Ik hoop te werken aan beleid, waarbij naar de situatie per kantoor gekeken wordt: welke functie, wie er werkt, wat men doet.’

Er moet dus het nodige veranderen?

‘Wat we op dit moment doen is een aantal limietwaarden introduceren, bijvoorbeeld voor ventilatie of kooldioxide (CO2) als indicator voor de aanwezigheid van mensen. Dat is echter niet het enige wat je moet doen. Je moet ook kijken naar de combinatie van wat je in een gebouw toepast. We verschuilen ons te gemakkelijk achter cijfertjes. De regelgeving mag wat mij betreft op de schop. Het wordt tijd om anders tegen binnenmilieu aan te gaan kijken. Verschuil je niet achter de limietwaarden, want mensen worden tóch ziek. En dat geldt ook voor verlichting en voor geluid. Die kunnen wel degelijk voor overlast en aandoeningen zorgen.’

Moet de kantoorgebruiker invloed uit kunnen oefenen op zijn of haar ideale binnenmilieu?

‘Ja. Die moet meer gelegenheid krijgen om zijn of haar eigen situatie te creëren en te controleren. Behoeften zijn ook niet de hele dag constant. Er kan dus nog heel veel beter. Maar alle beetjes helpen, zo zie ik het maar.’

Ton de Kort

IB kwadraat